Vertrouwen
Een reflectie op een bijzondere sessie binnen F/d uit 2001
Ik zal Frank nooit meer met wantrouwen bejegenen.
Ik zal Frank nooit meer met wantrouwen bejegenen.
Ik weet niet of je ooit strafregels hebt geschreven. Ik niet vaak eigenlijk. Gisteravond wel: twee kantjes vol, voor- en achterkant.
Je gaat dan rare dingen denken. Een kantje heeft 35 regels, dat is 70 regels per vel, 140 regels in het totaal. Bejegenen, wat een raar woord. Moet je het niet positief stellen: “Ik zal Frank met vertrouwen tegemoet treden”?
En waarom zit ik hier eigenlijk?
Ik wilde iets bespreken, laat op de avond, een avond eerder. Het deed zich zo voor. Maar Frank kapte het af: ‘nu niet’ en ‘sssst, ophouden’.
Ik werd boos: Hij neemt me niet serieus. Hij snapt er niks van. Hij denkt dat het fout is wat ik vind. Hij veegt mijn mening gewoon van tafel!
Ik ging boos naar bed en hield me bewust niet aan een afspraak die de laatste tijd loopt tussen ons. Een kleine, maar symbolisch belangrijke afspraak. Een afspraak waar ik achter sta. Ik ben me bewust van de impact van die afspraak voor ons beiden. Ik hield me er bewust niet aan, onder het motto: “Als jij mij niet serieus neemt, dan neem ik jou ook niet serieus.”
Een avond later lig ik over de knie, in een heel andere gemoedstoestand en hij zegt me dat dat niet alleen verongelijkt gedrag was, maar ook nog eens heel erg kinderachtig.
Hij heeft gelijk.
Hij vindt dat ik hem moet vertrouwen, dat hij zijn redenen kan hebben om er even niet op in te gaan. Dat ik meteen uitga van het negatieve. Dat ik hem beticht van mij niet serieus nemen en mijn mening van tafel vegen.
“Heb ik je ooit aanleiding gegeven om dat te denken?! “ Hij is duidelijk boos.
Nee, dus. Hij neemt me altijd serieus, dat weet ik ook wel. Hij accepteert mij juist heel erg en kijkt heel positief naar mij. Positiever dan ik dat zelf kan.
“Ik pas ervoor om steeds met zo’n wantrouwige blik bekeken te worden. Dit ga je echt veranderen! Ik pas daar echt voor. Ik sta altijd achter je, dat weet je donders goed!”
Dit komt wel aan. Ik had het zo niet bekeken. Dat het een vorm van wantrouwen is als ik denk dat hij me niet serieus neemt en niet naar me wil luisteren.
Het komt op meerdere manieren aan. Niet alleen raakt hij mijn lichaam heel hard met hand en badborstel, ook raakt hij mijn persoon. Dit ligt gevoelig en dat weet hij.
Toch doet hij het, heel radicaal en vastbesloten en het kan ook. Het is goed zelfs.
Misschien is dit wel de essentie van wat we zijn.
Het komt niet in me op me te verzetten. Integendeel. Ik onderga de straf totaal. Ik wil het ook. Het doet me goed om boete te kunnen doen. Ik schaam me.
Als ik het zeg, is zijn reactie: “Je moet je ook schamen! “ Ik zwijg.
Dit is geen spelletje. Dit is heel echt. En het is heel erg straf.
Hij is niet zachtzinnig. Zijn stem klinkt hard en kortaf als hij me iets opdraagt. Ik doe alles wat hij zegt, onmiddellijk en zonder een seconde te aarzelen. Ik wil me niet verzetten.
Het is niet alleen dat hij het heft in handen neemt en me straft, het is ook nog eens zijn goed recht om dat te doen. Zo voel ik dat.
Is dit niet ook vertrouwen? Is dit niet overgave?
Het is goed om boete te kunnen doen. Tegelijk is het naar en schaam ik me. Dringt tot me door dat ik soms vertrouwen hebben, ècht vertrouwen hebben, heel diep, behoorlijk moeilijk vind.
Natuurlijk vertrouw ik hem steeds meer, dat moet ook. Maar toch….
Ben ik bang om niet goed gevonden te worden? Kan ik niet geloven dat iemand zo altijd maar achter me staat? Dat hij me toch echt goed vindt?
Het is moeilijk dat te geloven, ja.
Het is confronterend en akelig om gestraft te worden hiervoor en met je neus op dit soort feiten gedrukt te worden.
En het is goed. Het is echte liefde en zorg en aandacht, hoe hard en streng ook.
Ik bewonder hem dat hij het kan, dat hij erboven kan staan op dit moment. Het raakt hem heus ook echt wel. Hij vindt dit echt belangrijk. Maar hij loopt niet verongelijkt weg, maakt me duidelijk waar het op staat.
Misschien is dit ook wel zijn manier van communicatie. Onze manier van communicatie.
Misschien is dit wel de essentie van wie we zijn.
Ik zeg niet veel.
Ik moet aan tafel gaan zitten, strafregels schrijven.
‘Haal dat kussentje maar van die stoel. Rok omhoog.’Wat onzinnig kinderachtig, vernederend.
Ik begin te schrijven. Zin na zin, woord na woord. Hij is weggegaan, heeft me alleen gelaten.
Wat kun je veel denken onder het schrijven.
“Ik zal Frank nooit meer met wantrouwen bejegenen”
Ik heb moeite met de woorden ‘nooit meer’. Kun je dat beloven? Het gaat soms onbewust, het is een mechanisme dat er soms insluipt. Ik wil het wel anders, zal er mijn best ook voor doen. Word me er steeds bewuster van. Nooit meer?
Hij komt terug. Maakt wat foto’s.
Ik mag stoppen.
Op schoot. Hij zegt me dat ik dit nooit meer zal doen. “De volgende keer zorg ik ervoor dat het ècht heel vervelend wordt! Dan zit je ook heel wat langer te schrijven!”
Ik geloof hem.
Ik voel me heel klein. Zeg dat het me spijt, ook al hoef ik dat niet te zeggen.
Ik weet dat ik nog meer pijn ga krijgen. Hij zegt: “haal het rietje maar, dan zal ik je eens goed op je billen slaan.”
Ik doe wat me gevraagd wordt en voel me daar heel deemoedig bij. Vijftig met het rietje van Franks hand is niet mals. Maar het is ok.
Ik moet er, net als bij de badborstel, zelf om vragen en zeggen dat ik het verdiend heb.
Hoe vernederend ook, soms zijn dit soort rituelen goed. Hoe confronterend ook en hoe pijnlijk, brengen ze ons dichter bij elkaar. En mij dichter bij mezelf.
Ik moet op de grond gaan liggen. Hij geeft me een kussentje voor mijn hoofd maar zegt erbij dat ik het eigenlijk niet heb verdiend. Ik geef het terug. Ik wil het niet. Is dat mijn trots?
Soms heb ik behoefte aan straf. Blijkbaar. De duidelijke taal. Soms laaf ik me eraan.
Hij ook?
De slagen met het rietje zijn voor het me niet houden aan de afspraak, omdat ik boos was. Een totaal verkeerde motivatie, volgens hem. “Dat flik je me echt niet nog een keer!” Deze afspraak staat er los van of je boos bent of niet. Hij houdt zich ook aan onze afspraken en wijst me niet af, zoals ik dat doe bij hem.
Dit is niet de eerste keer dat we hierover spreken. Ik denk ook dat het moet groeien. Bij mij wel. En misschien moet me soms duidelijk worden gemaakt dat hij het belangrijk vindt. Dat hij gehoorzaamheid belangrijk vindt. Vertrouwen.
Ik kan ook niet alles uit mezelf weten, toch?
Misschien heb ik het soms nodig dat hij me op deze manier zegt dat ik belangrijk voor hem ben. Misschien dringt het soms pas op die manier door. Nu dringt het door.
Zoiets bedenk je niet. Het is er.
Maar misschien is dit dus de essentie van wie we zijn.
Maar deze gedachten heb ik niet op dat moment. Ik onderga. Ik tel. Het doet pijn en ik zeg tegen mezelf: verdiend, voel het maar. Het doet me ook goed. Hoe raar ook. En ik mag nog dankbaar zijn dat hij het doet. Ik slurp in mij op dat hij doet wat hij wil. En dat ik doe wat hij wil.
Als het klaar is, blijf ik stil liggen. Als hij me zegt op te staan, kom ik bij hem zitten.
We zeggen niet veel. Ik weet niks te zeggen.
Hij omarmt me, zegt dat hij mij vergeeft. Dat ik me niet meer hoef te schamen, dat het klaar is. Het is vergeven.
Wat is dat met schuld en boete dat ik er niet zo snel vanaf ben? Eigenlijk wil ik nog meer straf. Ik schaam me nog. Wil boete doen. Hij zegt me dat het genoeg is geweest, dat ik de strafmaat niet bepaal. Dat nadenken en schamen en schuldgevoel ok is.
Wat is dat toch met schuld en straf en boete doen? Wat is dat voor behoefte?
Gaat het over straf of over communicatie? Over wie we zijn. Over wat hij van me wil. Het gaat over echte dingen. Dingen die ons diep raken. Dat werkt door als klappen stoppen. Klappen zijn onbelangrijk.
Ik slaap onrustig die nacht en de volgende dag ben ik nog onder de indruk. In mezelf gekeerd.
Ik merk het ook aan hem: er is iets gebeurd. Iets essentieels.
En het is goed zo.
Misschien is dit wel de essentie van wie we zijn.
dorine










Heel mooi beschreven. En erg herkenbaar.
Ik zie:
Onderwerping vraagt overgave, en dat kan niet zonder volledig vertrouwen in de diepe betrokenheid van de Dom.
Gehoorzaamheid is niet werderkerig.
En straf, als die als zodanig wordt beleefd, draagt bij aan groeiende gehoorzaamheid en maakt een nieuwe start mogelijk.
Geniet van de ervaring en het begrip!
Leave your response!